ECLI:NL:CRVB:2009:BI4927

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-7120 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing proceskostenveroordeling bij Ziektewetuitkering

Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarbij een Ziektewetuitkering per 20 oktober 2005 werd toegekend op basis van een vastgesteld dagloon. De rechtbank had het verzoek van appellante om het UWV te veroordelen in de proceskosten afgewezen omdat het beroep niet gegrond was, aangezien de uitkering al was toegekend.

Appellante voerde aan dat zij wel degelijk belang had bij het instellen van beroep en dat dit belang pas verviel met het besluit van 6 september 2007, waarin het UWV bevestigde dat de uitkering op basis van het dagloon was toegekend. De Raad overwoog dat deze brief slechts een herhaling was van eerdere besluiten en dat het UWV niet aan appellante was tegemoetgekomen.

De Raad concludeerde dat het verzoek om proceskostenveroordeling terecht was afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 mei 2009.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om proceskostenveroordeling omdat het UWV niet aan appellante is tegemoetgekomen.

Uitspraak

07/7120 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 november 2007, 07/1689 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 mei 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2009. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Van Zundert. Het Uwv is niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 20 maart 2007 is appellante per 20 oktober 2005 een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend op basis van een dagloon van € 45,58. Bij besluit van 27 maart 2007 is het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar gegrond verklaard, is een vergoeding van de proceskosten in bezwaar toegekend en is de ZW-uitkering per 20 oktober 2005 alsnog vastgesteld op basis van een dagloon van € 45,66.
1.2. Tegen laatstgenoemd besluit heeft appellante beroep ingesteld. Bij brief van 6 september 2007 heeft het Uwv bevestigd dat per 20 oktober 2005 een ZW-uitkering is toegekend op basis van een dagloon van € 45,66. Ter zitting van de rechtbank is het beroep ingetrokken, waarbij appellante heeft verzocht om veroordeling van het Uwv in de proceskosten in beroep.
2. Bij de aangevallen uitspraak is het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Overwogen is dat er geen aanleiding was beroep in te stellen, omdat de ZW-uitkering voordien al was toegekend.
3. Appellante heeft het standpunt ingenomen dat het verzoek om een proceskostenveroordeling ten onrechte is afgewezen. Zij stelt dat zij belang had bij het instellen van beroep en dat dit eerst met het besluit van 6 september 2007 is vervallen. Het Uwv heeft gesteld dat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding bestaat en heeft de stellingen van appellante betwist.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Ingevolge art. 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de proceskosten worden veroordeeld.
4.2. De Raad overweegt dat appellante bij het besluit van 27 maart 2007 in aanmerking is gebracht voor een ZW-uitkering per 20 oktober 2005 op basis van een dagloon van € 45,66. Appellante heeft tegen dat besluit beroep ingesteld vanwege de redenen van toekenning. De Raad constateert dat de brief van 6 september 2007 slechts een herhaling vormt van hetgeen bij de besluiten van 20 maart 2007 en 27 maart 2007 is vastgesteld. Gelet op deze omstandigheden is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het Uwv niet aan appellante is tegemoetgekomen. Derhalve heeft de rechtbank terecht het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.
4.3. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en C.P.M. van de Kerkhof en P.J. Jansen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2009.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) M.A. van Amerongen.
KR