ECLI:NL:CRVB:2009:BI4358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens hoger inkomen dan bijstandsnorm inclusief algemene heffingskorting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College trok de bijstand met ingang van 1 februari 2006 in, omdat het inkomen van appellanten hoger was dan de geldende bijstandsnorm. Appellanten maakten bezwaar tegen deze intrekking, stellende dat de algemene heffingskorting ten onrechte werd meegerekend als inkomen en dat het College onterecht de volledige heffingskorting aan hen toerekende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de algemene heffingskorting volgens artikel 31 en Pro 32 WWB tot de middelen behoort waarover appellanten redelijkerwijs konden beschikken en daarom als inkomen moet worden aangemerkt. Het College heeft niet onredelijk gehandeld en er zijn geen aanwijzingen dat het College de heffingskorting namens appellanten heeft aangevraagd of onjuist heeft toegerekend.
Het verzoek van appellanten tot schadevergoeding wordt afgewezen en er wordt geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De intrekking van de bijstand is rechtsgeldig en terecht.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand is rechtsgeldig omdat het inkomen van appellanten inclusief de algemene heffingskorting hoger was dan de bijstandsnorm.