ECLI:NL:CRVB:2009:BI4155
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toeslag
Appellante, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in juni 2007 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat appellante direct betrokken was bij oorlogsgeweld.
De Raad overwoog dat algemene oorlogsomstandigheden niet onder de Wet vallen en dat de door appellante genoemde gebeurtenissen, zoals de arrestatie van haar vader, haar vlucht en evacuatie en de mishandeling van haar zus, onvoldoende bewijs leverden van directe betrokkenheid bij ernstig geweld door strijdende partijen. De verklaringen van appellante en haar zus waren onvoldoende concreet en de mishandeling van de zus was niet gepleegd door strijdende partijen.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden niet voldeden aan de criteria voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad erkende wel de angstige omstandigheden waarin appellante verkeerde, maar benadrukte dat de Wet gebonden is aan specifieke gebeurtenissen.
Ten slotte wees de Raad een verzoek om vergoeding van proceskosten af, omdat geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.