ECLI:NL:CRVB:2009:BI4141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet-nakoming traject arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en heeft het traject bij Hudson, gericht op arbeidsinschakeling, vanaf december 2006 niet meer gevolgd. Het College heeft de bijstand eenmalig verlaagd met €200 omdat appellant het traject op eigen initiatief en zonder geldige reden heeft beëindigd. Appellant betoogt dat hij door medewerkers van Hudson is weggestuurd en daarom geen verwijt treft.
De Raad stelt vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door Hudson-medewerkers is weggestuurd of dat hij niet langer mocht deelnemen. Dit blijkt ook uit een e-mail van appellant waarin hij klaagt over Hudson, maar niet dat hij was weggestuurd, en uit een voortgangsrapportage van de coach. De Raad acht de stelling van appellant onvoldoende onderbouwd en wijst het verweer af.
De Raad overweegt dat het College op grond van artikel 18, tweede lid, van de WWB verplicht was de bijstand te verlagen vanwege het niet nakomen van de verplichtingen. De verlaging van €200 is conform de Afstemmingsverordening vastgesteld. Er zijn geen omstandigheden die een lagere verlaging rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met €200 wordt bevestigd omdat appellant zonder geldige reden het traject bij Hudson heeft beëindigd.