ECLI:NL:CRVB:2009:BI3831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering belastbaarheid hand- en vingergebruik
Appellant verzocht herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld op 15 tot 35%. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag, met name over de belastbaarheid van appellant op hand- en vingergebruik en schroefbewegingen.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV er wederom niet in was geslaagd voldoende te motiveren dat de functies waarop de uitkering was gebaseerd, geschikt waren gezien de beperkingen van appellant. De Raad wees op ongeoorloofde relativeringen in de rapporten en benadrukte dat draaien van de rechterhand nagenoeg niet mogelijk is, wat essentieel is voor de functies.
De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en voorzag zelf in de zaak. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen WAO-uitkering en de proceskosten van appellant. De uitkering werd hersteld naar een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met ingang van 21 oktober 2003.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en appellant krijgt een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid met ingang van 21 oktober 2003.