ECLI:NL:CRVB:2009:BI3775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding vermogen in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1996 respectievelijk 2000. Naar aanleiding van een anonieme tip startte het College een onderzoek naar het bezit van onroerend goed in Turkije. Uit onderzoek bleek dat appellant eigenaar was van een appartementencomplex, wat hij niet aan het College had gemeld, waardoor hij zijn inlichtingenverplichting schond.
Het College trok de bijstand met ingang van 1 september 2005 in en wees aanvragen om bijzondere bijstand voor schoolkosten af. Tevens werd de bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 augustus 2005 herzien en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, wat in hoger beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren om het eigendom vast te stellen en dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn stelling dat hij slechts gedeeltelijk eigenaar was. Door het niet melden van het vermogen kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De waarde van het complex kon niet nauwkeurig worden bepaald, waardoor terugvordering gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.