ECLI:NL:CRVB:2009:BI3718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens ontbreken wederzijdse zorg in gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en woonde vanaf april 2004 bij zijn vriendin. Het College herzag zijn bijstand en trok deze in per 2 januari 2006 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat appellant en zijn vriendin weliswaar samenwoonden, maar dat niet was voldaan aan het criterium van wederzijdse zorg, omdat alleen de vriendin zorg aan appellant verleende. Dit werd onderbouwd met een psychiatrische verklaring waaruit bleek dat appellant door een ernstige sociale angststoornis niet in staat was voor zichzelf of anderen te zorgen.
De Raad concludeerde dat het College ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van de WWB. Daarom werd het besluit tot intrekking van de bijstand vernietigd en werd het College opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens het ontbreken van wederzijdse zorg in de gezamenlijke huishouding.