ECLI:NL:CRVB:2009:BI3597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 2001 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme tip voerde de Sociale Recherche een onderzoek uit, waaruit bleek dat appellante niet daadwerkelijk woonde op het door haar opgegeven adres. Het College trok daarom de bijstand over de periode van 26 juni 2001 tot en met 31 december 2003 in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk meldingen had gedaan over haar verblijfplaatsen, waaronder bij haar ouders in Nederland en Spanje, maar de Raad vond hiervoor geen bewijs en concludeerde dat appellante onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt.
De Raad baseerde zich onder meer op verklaringen van appellante zelf en het lage water- en elektriciteitsverbruik op het opgegeven adres, wat het ontbreken van feitelijk verblijf ondersteunt. Het College handelde binnen haar bevoegdheid en volgde het beleid om bij schending van de inlichtingenplicht terugvordering toe te passen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.