ECLI:NL:CRVB:2009:BI3595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten na eerdere afwijzing
Appellante diende in 1994 een aanvraag in voor een AAW-uitkering, die in 1995 werd afgewezen wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. Zij was daarna werkzaam, maar meldde zich in 2000 ziek vanwege epilepsie. Latere medische beoordelingen bevestigden een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, waarop een WAO-uitkering werd toegekend. In 2006 vroeg appellante een WAJONG-uitkering aan, welke door het UWV werd gezien als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit uit 1995. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische stukken in de beroepsfase geen nieuwe feiten bevatten die niet al eerder bekend waren. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat een bestuursorgaan een eerdere afwijzing kan heroverwegen, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten zijn die herziening rechtvaardigen. In deze zaak zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden gesteld.
De Raad wijst ook het standpunt af dat de aanvraag van 2006 als eerste aanvraag zou gelden omdat appellante minderjarig was bij de eerste aanvraag. De Raad bevestigt dat een minderjarige een aanvraag kan doen en dat appellante na meerderjarigheid voldoende gelegenheid had om bezwaar te maken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAJONG-aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.