ECLI:NL:CRVB:2009:BI3569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toewijzing WAO-uitkering met vergoeding proceskosten
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 3 december 2004 waarbij haar WAO-uitkering werd ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. In hoger beroep betwistte appellante deze instandhouding en vorderde zij vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Tijdens het hoger beroep diende het UWV een nieuw besluit op bezwaar in, waarbij het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de WAO-uitkering onveranderd werd voortgezet. Het UWV vergoedde tevens de kosten van het bezwaar.
De Raad oordeelde dat met dit nieuwe besluit geheel aan het beroep van appellante was tegemoetgekomen. Het eerdere besluit werd vernietigd en het beroep werd gegrond verklaard. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Raad verwees voor de berekening van de wettelijke rente naar een eerdere uitspraak uit 1995.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.