ECLI:NL:CRVB:2009:BI3087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en herziening bijstandsuitkering over 1997
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 11 september 1997, waarbij een voorschot op inkomsten uit arbeid werd verrekend. Na bezwaar en eerdere procedures werd vastgesteld dat een deel van het netto-inkomen uit 1997 correct aan die periode was toegerekend, zonder rekening te houden met oninbare vorderingen of ziektekosten uit particuliere verzekeringen.
De rechtbank vernietigde een besluit van 30 januari 2004 wegens onbevoegdheid van de directeur van Pentasz Mergelland, maar handhaafde de rechtsgevolgen van dat besluit. In hoger beroep werd dit bevestigd; het College was bevoegd en de inhoudelijke beoordeling van de bijstand en terugvordering was juist.
De Raad oordeelde dat geen schadevergoeding toekomt omdat het verband tussen de besluitvorming en de gestelde schade ontbreekt. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de toepassing van de Wet werk en bijstand en de Algemene bijstandswet op de beoordeling van bijstandsuitkeringen en bevoegdheden van bestuursorganen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het vernietigde besluit en wijst het hoger beroep af voor zover het de rechtsgevolgen betreft.