ECLI:NL:CRVB:2009:BI3039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante viel uit wegens klachten aan de rechterarm en later vanwege baarmoeder- en schouderklachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en beëindigde het ziekengeld omdat zij geschikt werd geacht voor haar arbeid.
De rechtbanken hadden de besluiten deels vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten en het beroep op het ziekengeld ongegrond verklaard. Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zij niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten.
De Raad oordeelde dat het medisch en arbeidskundige onderzoek zorgvuldig en adequaat was uitgevoerd, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat er geen medische informatie was die aanleiding gaf tot twijfel. Het standpunt van appellante werd verworpen omdat het niet met medische stukken was onderbouwd.
De Raad bevestigde daarom zowel de uitspraak die de weigering van de WIA-uitkering handhaafde als de uitspraak die het beroep op ziekengeld ongegrond verklaarde, waarmee de besluiten van het UWV in stand bleven.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van het ziekengeld na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.