ECLI:NL:CRVB:2009:BI3009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering onterecht wegens onjuist urenverlies door arbeidsovereenkomst van 76 uur per week
Appellant was sinds 1 oktober 2002 werkzaam als schoonmaker en werkte vanaf 1 januari 2006 76 uur per week bij zijn werkgever, ondanks dat dit in strijd was met de Arbeidstijdenwet en de CAO. Na ontbinding van deze arbeidsovereenkomst per 1 september 2006 trad appellant in dienst bij een andere werkgever voor 38 uur per week. Hij vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat volgens het UWV geen sprake was van urenverlies, aangezien de normale arbeidsduur volgens de CAO 38 uur per week is en de extra uren als overwerk werden beschouwd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit standpunt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de arbeidsovereenkomst van 76 uur per week geldig is en dat de uren boven de 38 uur niet als overwerk kunnen worden aangemerkt voor toepassing van artikel 4a van de Regeling gelijkstelling. Hierdoor heeft appellant wel degelijk een relevant aantal arbeidsuren verloren per 1 september 2006 en is hij werkloos in de zin van de WW.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en droeg het UWV op om op het bezwaar van appellant opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd omdat appellant wel degelijk urenverlies heeft en werkloos is volgens de WW.