ECLI:NL:CRVB:2009:BI2292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om een WAZ-uitkering te weigeren wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische gronden die betrokkene in verweer had aangevoerd tegen het bezwaarbesluit reeds door de rechtbank zonder voorbehoud waren verworpen en dat betrokkene zelf geen hoger beroep had ingesteld tegen die afwijzing. Hierdoor kon de Raad deze medische gronden niet beoordelen. De kern van het hoger beroep betrof of het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies waarop de schatting was gebaseerd binnen de belastbaarheid van betrokkene vielen, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 21 oktober 2004.
De Raad concludeerde dat het UWV dit voldoende had gedaan, mede gelet op eerdere uitspraken van de Raad over de beoordeling van belastbaarheid en functie-eisen. De verborgen beperkingen waren adequaat toegelicht en stonden niet in de weg aan het vervullen van de functies. Het hoger beroep van het UWV slaagde daarom, en de Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt toegewezen en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de motiveringen van de Raad.