ECLI:NL:CRVB:2009:BI2266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis en geen verlenging wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WW-uitkering aangevraagd nadat hij eerder een Ziektewet-uitkering ontving die werd stopgezet wegens het niet verschijnen op keuringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis van artikel 17 van Pro de WW: in de 36 weken voorafgaand aan de werkloosheid had hij slechts 18 weken gewerkt in plaats van de vereiste 26 weken.
De rechtbank oordeelde tevens dat er geen reden was om de referteperiode te verlengen op grond van artikel 17a van de WW wegens arbeidsongeschiktheid, omdat niet aannemelijk was dat appellant vanaf 29 juni 2006 tot 30 oktober 2006 arbeidsongeschikt was. Dit oordeel was gebaseerd op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts die appellant onderzocht en concludeerde dat hij na 28 juni 2006 niet arbeidsongeschikt was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel arbeidsongeschikt was en onder behandeling was van een psychiater, maar de Raad oordeelde dat de medische verklaring van de psychiater van januari 2009 niet relevant was voor de periode in geschil. De Raad volgde daarmee het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd.