ECLI:NL:CRVB:2009:BI1923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing bijzondere bijstand en IOAZ-uitkering en toekenning bijstand met terugwerkende kracht
Appellant was zelfstandig ondernemer tot 9 maart 2005 en vroeg op 5 oktober 2004 een IOAZ-uitkering aan. Het College stelde de aanvraag buiten behandeling wegens ontbrekende jaarrekeningen. Later werden aanvragen voor bijzondere bijstand en IOAZ afgewezen omdat de aanvragen na beëindiging van het bedrijf waren ingediend en de kosten van de boekhouder niet als noodzakelijke kosten werden gezien.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant ten onrechte niet is gehoord voorafgaand aan de besluiten. De Raad vernietigt de besluiten en verklaart de bezwaren tegen de afwijzingen ongegrond, omdat de aanvraag na beëindiging van het bedrijf terecht werd afgewezen.
De Raad stelt vast dat het College de uitspraak van de rechtbank over de ingangsdatum van de bijstandsuitkering niet juist heeft uitgevoerd. Gezien de bijzondere omstandigheden en de onduidelijkheid die het College zelf veroorzaakte, is bijstand met terugwerkende kracht vanaf 5 oktober 2004 aangewezen. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De bijstand wordt met ingang van 5 oktober 2004 toegekend en de besluiten van het College worden vernietigd.