ECLI:NL:CRVB:2009:BI1902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 35-45%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen vanwege psychiatrische problematiek zijn onderschat. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de juistheid van de conclusies van de verzekeringsartsen.
De Raad vond dat de medische gegevens, waaronder die van huisarts en psychiater, onvoldoende steun boden voor appellant's opvatting. Ook werd de geschiktheid van appellant voor de aan hem toegewezen functies niet in twijfel getrokken.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 22 april 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag en afwijzing van het beroep van appellant.