ECLI:NL:CRVB:2009:BI1696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsverzoek wegens onduidelijke woonplaats van appellant
Appellant heeft op 20 juli 2005 bijstand aangevraagd nadat hij de echtelijke woning had verlaten en bij een vriend was ingetrokken. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem wees de aanvraag af omdat niet was komen vast te staan dat appellant daadwerkelijk zijn hoofdverblijf had in de opgegeven plaats.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat de feitelijke woonomstandigheden van appellant onduidelijk bleven. Appellant kon geen sleutel of huurcontract overleggen en had geen concreet bewijs geleverd dat hij daadwerkelijk in de woning verbleef. Ook had hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nadere stukken in te dienen of getuigen te laten horen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van het bijstandsverzoek. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en benadrukt dat de woonplaats moet worden vastgesteld aan de hand van feitelijke omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het bijstandsverzoek wordt bevestigd.