ECLI:NL:CRVB:2009:BI1685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid woonadres
Appellant diende op 4 januari 2006 een aanvraag om bijstand in volgens de Wet werk en bijstand (WWB) voor een alleenstaande. Het College van burgemeester en wethouders van Hengelo wees deze aanvraag op 21 februari 2006 af vanwege onduidelijkheid over het woonadres van appellant. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd op 14 november 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing op 19 september 2007.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel degelijk woonachtig was op het opgegeven adres of bij familieleden. De Raad stelde vast dat appellant tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn verblijfplaats, waaronder verklaringen over verblijf bij zijn broer, ex-echtgenote en moeder. Tijdens een huisbezoek werd appellant niet aangetroffen en verklaarden familieleden dat hij daar niet verbleef.
De Raad oordeelde dat appellant in strijd handelde met zijn inlichtingenverplichting zoals bedoeld in artikel 17 WWB Pro door onvoldoende duidelijkheid te verschaffen over zijn woonadres. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De afwijzing van de aanvraag werd daarom terecht gehandhaafd en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over het woonadres van appellant.