ECLI:NL:CRVB:2009:BI1609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende gemotiveerde medische en arbeidskundige grondslag
Appellant ontving een WAO-uitkering die per 1 september 2006 door het UWV was verlaagd van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 55-65%, maar de rechtbank oordeelde dat zowel de medische als arbeidskundige motivering onvoldoende was en vernietigde het besluit.
Het UWV nam een nieuw besluit waarbij de verlaging werd herroepen en de uitkering ongewijzigd bleef in de hoogste klasse. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV ten onrechte wijzigingen had aangebracht in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de rechtbank onjuist een zeer lichte wegingsfactor toepaste bij de proceskostenveroordeling. Tevens vorderde hij volledige vergoeding van zijn proceskosten en kosten voor deskundigen.
De Raad oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om af te wijken van het forfaitaire vergoedingssysteem en bevestigde de toegepaste wegingsfactor. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de resterende kosten voor deskundigen gemaakt in de bezwaarfase en tot betaling van proceskosten in hoger beroep. Het besluit van het UWV werd vernietigd voor zover het niet had beslist over vergoeding van kosten van deskundigen in bezwaar.
De rechtsgevolgen van het besluit bleven volledig in stand en het UWV werd tevens verplicht het griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd voor zover het niet besliste over vergoeding van deskundigenkosten; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en deskundigenkosten.