ECLI:NL:CRVB:2009:BI1600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante, die haar werk als buurtconciërge in 2000 wegens psychische klachten staakte, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een verzoek tot herkeuring in 2006 onderzocht een verzekeringsarts haar en stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef deze FML. De arbeidsdeskundige selecteerde enkele geschikte functies voor appellante, met een loonverlies van circa 8%.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische belastbaarheid werd overschat en dat onvoldoende was toegelicht waarom het aspect zien haar belastbaarheid niet overschrijdt. De rechtbank volgde de deskundige psychiater Tonneijck, die stelde dat de FML de medisch objectiveerbare beperkingen juist weergeeft en dat de klachten vooral subjectief zijn. De Raad onderschreef dit oordeel en verwierp het tegenstrijdige advies van een andere psychiater.
De bezwaararbeidsdeskundige heeft bovendien voldoende gemotiveerd waarom de geselecteerde functies geschikt zijn, en omdat het gezichtsvermogen niet medisch objectief beperkt is, was een aparte toelichting op zien niet noodzakelijk. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.