ECLI:NL:CRVB:2009:BI1552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering bij postwhiplashsyndroom
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening en latere intrekking van haar WAO-uitkering, gebaseerd op een medische beoordeling die haar beperkingen onderschatte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege twijfel aan de medische onderbouwing en het weigeren van appellante om mee te werken aan een deskundigenonderzoek.
In hoger beroep heeft de Raad een onafhankelijke neuroloog benoemd die het postwhiplashsyndroom bevestigde en de beperkingen zoals verwoord in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 15 maart 2005 onderschreef. De Raad volgde deze deskundige en verwierp de stelling dat cognitieve beperkingen aanwezig waren die niet in de FML waren opgenomen.
De Raad concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op 45 tot 55% per 24 augustus 2005, maar dat de intrekking van de uitkering per 11 maart 2006 niet gerechtvaardigd was vanwege het ontbreken van relevante beperkingen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar tegen de herziening ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering per 24 augustus 2005 wordt bevestigd, maar de intrekking per 11 maart 2006 wordt vernietigd.