ECLI:NL:CRVB:2009:BI1547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering onterecht wegens onvoldoende arbeidskundige basis
Appellante ontvangt sinds mei 1999 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uwv heeft deze uitkering per 19 maart 2006 ingetrokken, omdat zij geacht werd minder dan 15% arbeidsongeschikt te zijn. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad overwoog dat het Uwv bevoegd was tot herbeoordeling op grond van artikel 23 WAO Pro en het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Medische rapporten van de behandelend gynaecoloog stelden dat appellante niet meer dan 10 kg mocht tillen vanwege een zwakke bekkenbodem. Het Uwv ging uit van 15 kg en selecteerde functies waarin regelmatig 15 kg getild moest worden.
De Raad volgde de gynaecoloog en oordeelde dat twee van de drie functies ongeschikt zijn, waardoor onvoldoende arbeidskundige basis bestaat voor intrekking. De intrekking wordt daarom vernietigd en het primaire besluit herroepen. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen, met voortzetting van de uitkering.