ECLI:NL:CRVB:2009:BI1505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag met terugwerkende kracht bij bijzondere omstandigheden
Appellante verzocht kinderbijslag voor haar kinderen met terugwerkende kracht vanaf het moment dat haar echtgenoot een WAO-uitkering ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat zij het recht op kinderbijslag beperkte tot een maximale terugwerkende periode van vijf jaar, conform het eigen beleid.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellante en haar echtgenoot hun aanspraken op kinderbijslag hadden veiliggesteld door tijdig een aanvraag en bezwaarprocedures te starten. Hierdoor ontstonden bijzondere omstandigheden die de Svb aanleiding hadden moeten geven om met toepassing van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af te wijken van het standaardbeleid.
De Raad oordeelde dat het beleid van de Svb, dat terugwerkende kracht beperkt tot vijf jaar, in dit geval onredelijk was omdat het voor betrokkenen vaak jaren duurt voordat een WAO-uitkering wordt toegekend. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit van de Svb vernietigd en werd de Svb opgedragen een nieuwe beslissing te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden.
Daarnaast werd de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellante in zowel de eerste als de tweede aanleg. De uitspraak benadrukt het belang van het begrip 'veiligstellen' van aanspraken en dat dit kan leiden tot een ruimere terugwerkende kracht bij kinderbijslag.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en de Svb dient een nieuwe beslissing te nemen waarbij kinderbijslag met terugwerkende kracht kan worden toegekend.