ECLI:NL:CRVB:2009:BI1503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag met terugwerkende kracht bij WAO-uitkering en bijzondere omstandigheden
Appellant, met Marokkaanse nationaliteit, werkte in Nederland en ontving een Ziektewetuitkering van 1991 tot 1992. Na remigratie naar Marokko vroeg hij om een WAO-uitkering en kinderbijslag. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende kinderbijslag toe vanaf 1998, maar weigerde eerdere periodes omdat appellant toen niet verzekerd was volgens de AKW.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij al in 1992 aanspraak had kunnen maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de Svb het beleid hanteert om terugwerkende kracht te beperken tot vijf jaar, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De Raad stelt dat het feit dat appellant zijn aanspraken heeft veiliggesteld door eerdere aanvragen en mededelingen een bijzondere omstandigheid vormt. Bovendien leidt de lange duur van WAO-besluiten bij remigranten ertoe dat de vijfjaarstermijn onredelijk is. Daarom moet de Svb afwijken van het beleid en de kinderbijslag mogelijk vanaf het kwartaal van de eerste daad van veiligstellen toekennen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt de Svb een nieuwe beslissing te nemen. Tevens veroordeelt de Raad de Svb tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de Svb kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf het kwartaal van de eerste daad van veiligstellen moet toekennen.