ECLI:NL:CRVB:2009:BI1195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit kinderbijslagtoekenning vanaf derde kwartaal 2003 geen bijzonder geval
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn kinderen, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) aanvankelijk toekende met terugwerkende kracht vanaf het vierde kwartaal van 2003. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij al eerder, vanaf 1996 of 1999, als ingezetene moest worden aangemerkt en dat hij eerder een aanvraag had geprobeerd in te dienen, maar werd geweigerd wegens ontbrekende documenten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 3 februari 2005 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 14 maart 2006 ongegrond, omdat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, van de AKW. In hoger beroep betoogde appellant dat hij door omstandigheden niet eerder een aanvraag kon indienen en dat de Svb hem onjuist had geïnformeerd.
De Raad stelde vast dat onvoldoende aannemelijk was dat appellant eerder een aanvraag had ingediend en dat de redenen voor het late indienen niet als bijzonder geval konden worden aangemerkt. Onbekendheid met de wetgeving en het late verkrijgen van een verblijfsvergunning zijn volgens vaste jurisprudentie geen bijzondere omstandigheden. De Raad bevestigde daarom het besluit van de Svb en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De toekenning van kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2003 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.