ECLI:NL:CRVB:2009:BI1192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking terugwerkende kracht herziening kinderbijslag tot de helft gegrond verklaard
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn kind tot en met het derde kwartaal van 2000. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag de kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf het vierde kwartaal van 1998 omdat het kind een andere studie volgde dan oorspronkelijk. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en tegen de terugvordering van te veel betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de Svb met alle relevante aspecten rekening heeft gehouden en dat het redelijk was om de terugwerkende kracht van de herziening te beperken tot de helft van het te veel betaalde bedrag. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en benadrukt dat appellant bekend had kunnen zijn met de voorwaarden voor kinderbijslag, gezien eerdere procedures.
De Raad oordeelt tevens dat er geen gronden zijn om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beperking van de terugwerkende kracht van de herziening van de kinderbijslag tot de helft en verklaart het hoger beroep ongegrond.