ECLI:NL:CRVB:2009:BI1154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Verblijf in het buitenland als reisleider en recht op bijstand volgens de WWB
Betrokkene, een bijstandsgerechtigde die als reisleider in het buitenland werkt, was door het College voor meerdere jaren uitgesloten van bijstand gedurende zijn verblijf in het buitenland, met uitzondering van de eerste vier weken per kalenderjaar. Het College had ook bedragen herzien en teruggevorderd die volgens hen ten onrechte waren uitgekeerd.
De rechtbank had de besluiten van het College vernietigd en het College opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Beide partijen gingen in hoger beroep. De Raad oordeelt dat de wet geen ruimte laat voor een vrije keuze van de periode van vier weken waarin het recht op bijstand blijft bestaan tijdens verblijf in het buitenland. Het maakt niet uit of het verblijf werkgerelateerd is of vakantie betreft.
Verder oordeelt de Raad dat het College terecht de terugvordering van te veel betaalde bijstand heeft gedaan en dat de berekeningen voldoende zijn gemotiveerd. De vernietiging van de besluiten door de rechtbank was onterecht, behalve voor het deel over de vergoeding van proceskosten inzake 2002. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart de beroepen voor het overige ongegrond.
Uitkomst: De beroepen van betrokkene worden ongegrond verklaard, behalve voor het deel inzake vergoeding proceskosten 2002; de aangevallen uitspraak wordt grotendeels vernietigd.