ECLI:NL:CRVB:2009:BI1011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van duurzaamheid arbeidsongeschiktheid bij WIA-uitkering
Betrokkene, werkzaam als lasser, viel in januari 2004 uit wegens longklachten en vroeg in januari 2006 een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag aanvankelijk af omdat betrokkene minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar stelde het UWV vast dat betrokkene recht had op een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (WGA), maar weigerde een IVA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn.
De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat het UWV onvoldoende zorgvuldig had onderzocht of de arbeidsongeschiktheid duurzaam was en de motivering onvoldoende was. In hoger beroep voerde het UWV aan dat het onderzoek en de motivering wel toereikend waren, met verwijzing naar een mogelijke longrevalidatie als verbetering.
De Raad oordeelt dat deze motivering onvoldoende is omdat niet duidelijk is gemaakt wat de richtlijnen inhouden en waarom longrevalidatie voor betrokkene beschikbaar en effectief zou zijn. Nadere medische informatie liet zien dat betrokkene deels in aanmerking kan komen voor longrevalidatie, maar alleen als zijn depressieve klachten onder controle zijn, wat niet het geval is.
Daarom ziet de Raad geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het besluit worden niet in stand gelaten.