ECLI:NL:CRVB:2009:BI0911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-voorschotbetaling zonder dringende reden
Appellant ontving vanaf 2 september 2004 een WAO-voorschotuitkering die het UWV later terugvorderde wegens onrechtmatigheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond, omdat appellant onvoldoende had onderbouwd dat de terugvordering tot onaanvaardbare financiële of gezondheidsproblemen zou leiden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet de kans had gekregen zijn stellingen nader te onderbouwen en dat er sprake was van bijzondere individuele omstandigheden die een afzien van terugvordering rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant zijn stellingen niet had onderbouwd met bijvoorbeeld financiële overzichten of medische gegevens.
De Raad benadrukte dat op grond van artikel 57 van Pro de WAO terugvordering verplicht is, tenzij dringende redenen bestaan die onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen veroorzaken. Omdat appellant niet voldeed aan de bewijsverplichting, bevestigde de Raad het eerdere oordeel en wees het beroep af. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het onverschuldigde WAO-voorschotbedrag omdat geen dringende redenen zijn aangetoond om daarvan af te zien.