ECLI:NL:CRVB:2009:BI0304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstandsuitkering na overschrijding meldingstermijn
Appellante ontving een nabestaandenuitkering die op 30 november 2005 eindigde vanwege het aangaan van een gezamenlijke huishouding. Na het beëindigen van deze uitkering meldde zij zich op 11 mei 2006 bij het Centrum voor Werk en Inkomen voor een bijstandsaanvraag. Het College stelde de ingangsdatum van de bijstand vast op 11 mei 2006, de datum van melding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij zelf verantwoordelijk was voor het tijdig aanvragen van bijstand, waarbij het wachten op de uitkomst van bezwaar tegen de nabestaandenuitkering voor haar rekening kwam. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het College een vaste gedragslijn hanteert waarbij bij melding binnen 14 dagen na beëindiging van een andere uitkering de bijstand met terugwerkende kracht kan worden toegekend.
Aangezien appellante deze termijn ruimschoots heeft overschreden, is de ingangsdatum terecht op de datum van melding vastgesteld. De Raad ziet geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen en bevestigt de aangevallen uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt bevestigd op de datum van melding, 11 mei 2006.