ECLI:NL:CRVB:2009:BI0253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beëindiging ziekengeld en herhaalde aanvraag door UWV
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek met hoofdpijn en duizeligheid. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 26 juli 2005 na medisch onderzoek waarin de klachten niet objectief konden worden vastgesteld. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens onduidelijkheid over het werk van appellant, waarna het UWV opnieuw bezwaar ongegrond verklaarde op basis van een arbeidskundig rapport.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank zich niet uitliet over de juistheid van het medisch oordeel, met name de psychische klachten. De Raad volgt het oordeel van een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellant medisch geschikt is voor zijn oude werk.
Ten aanzien van een herhaalde aanvraag om ziekengeld oordeelt de Raad dat het UWV bevoegd was deze te toetsen en dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De Raad vernietigt ook de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar tegen het herhaalde besluit ongegrond verklaarde en bevestigt dat het beroep ongegrond is.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt bevestigd dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 26 juli 2005.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten van het UWV worden ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht meer op ziekengeld vanaf 26 juli 2005.