ECLI:NL:CRVB:2009:BH8722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Ontslag trambestuurder wegens ongeschiktheid door frequent te laat komen
Appellante was sinds 1987 werkzaam als trambestuurder bij het GVB. Vanaf 1999 kwam zij regelmatig te laat op het werk, waarvoor zij meerdere malen mondeling werd aangesproken en in 2000 een schriftelijke waarschuwing ontving. Ondanks overplaatsing en afspraken bleef het te laat komen zich voordoen, naast andere gedragingen zoals het buiten dienst stellen van haar tram en te snel rijden door de wasstraat.
Na periodes van ziekte en verlof keerde appellante terug, maar bleef zij problemen houden met tijdig op het werk verschijnen. Het college van burgemeester en wethouders verleende haar daarom op grond van artikel 1122, eerste lid, aanhef en onder c, van het Ambtenarenreglement Amsterdam eervol ontslag wegens ongeschiktheid voor de functie. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college voldoende heeft aangetoond dat appellante ongeschikt is voor haar functie vanwege het ontbreken van de vereiste eigenschappen en instelling, zoals blijkt uit de vele gevallen van te laat komen en andere gedragingen. Het college heeft appellante meerdere malen aangesproken en gelegenheid gegeven zich te verbeteren, inclusief een re-integratieprogramma. De Raad volgt appellante niet in haar stelling dat onvoldoende rekening is gehouden met haar gezondheidstoestand, omdat het college zich heeft laten adviseren door een bedrijfsarts en de medische gegevens dit standpunt ondersteunen.
De Raad bevestigt daarom het ontslagbesluit en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 maart 2009.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens ongeschiktheid voor haar functie wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.