ECLI:NL:CRVB:2009:BH7776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten als tolk/vertaler
Appellant ontving sinds 1989 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid als postbode. In 2005 ontdekte het UWV dat appellant naast zijn uitkering ook inkomsten had uit werkzaamheden als tolk/vertaler. Hierdoor werd de WAO-uitkering met terugwerkende kracht ingetrokken en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij ook vóór zijn arbeidsongeschiktheid als tolk werkte en dat deze inkomsten niet in mindering mochten worden gebracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het UWV nam een nieuw besluit waarbij de schorsing werd gehandhaafd en de uitkering vanaf 1 februari 2001 werd ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant vanaf 1 februari 1998 inkomsten had uit tolken die in mindering mochten worden gebracht volgens artikel 44 WAO Pro. De Raad verwierp het beroep van appellant dat het UWV een onjuiste maatman gebruikte en bevestigde dat de terugvordering terecht was. De Raad vernietigde het eerdere besluit van 19 juni 2006, verklaarde het beroep tegen dat besluit gegrond, maar het beroep tegen het besluit van 21 april 2008 ongegrond. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 21 april 2008 wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.