ECLI:NL:CRVB:2009:BH7746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding schuld op grond van beleidsregel UWV
Appellant had bij het UWV een verzoek ingediend tot kwijtschelding van een schuld onder aanbieding van een eenmalige afkoopsom van de helft van het openstaande bedrag. Het UWV wees dit verzoek af op grond van de beleidsregel dat kwijtschelding niet wordt verleend indien de schuldenaar de volledige vordering binnen drie jaar kan aflossen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad overwoog dat het UWV op goede gronden heeft vastgesteld dat appellant voldoende aflossingscapaciteit heeft en dat het beleid binnen redelijke grenzen blijft. Ook werd geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijken van het beleid rechtvaardigen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden, omdat appellant niet redelijkerwijs mocht verwachten dat zijn verzoek zou worden ingewilligd. Tot slot werd bevestigd dat de voorzieningenrechter bevoegd was om ter zitting onmiddellijk uitspraak te doen zonder voorafgaande toestemming van appellant.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de schuld wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.