ECLI:NL:CRVB:2009:BH7353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Th.C. van Sloten
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven autohandel en arbeid
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1998, maar uit onderzoek bleek dat appellant tussen 2000 en 2002 28 auto's op zijn naam had en deze doorverkocht, en tussen 2002 en 2005 werkzaam was bij een werkgever in Groningen. Het College trok de bijstand over deze perioden in en vorderde de kosten terug, omdat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond door intrekking van bijstand over maanden zonder transacties en bepaalde dat het College nieuwe besluiten moest nemen over terugvordering en aansprakelijkheid. Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat appellanten de werkzaamheden hadden moeten opgeven. De stelling dat arbeidstherapie niet als inkomen geldt wordt verworpen. Ook de claim dat appellante niet op de hoogte was van de activiteiten van appellant wordt afgewezen, omdat zij mede in de gezinsbijstand was begrepen.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de besluiten van 9 augustus 2007 ongegrond. Het College heeft volgens de Raad gehandeld conform beleidsregels en er zijn geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.