ECLI:NL:CRVB:2009:BH7300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R. Kruisdijk
- F.P. Dresselhuys-Doeleman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Het Uwv heeft de WAO-uitkering van appellant per 2 oktober 2006 herzien en vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn gezondheidstoestand niet tijdig bezwaar kon maken.
In hoger beroep bracht appellant medische gegevens in om zijn stelling te onderbouwen dat hij door zijn (psychische) gezondheid niet in staat was tijdig bezwaar te maken. De Raad nam deze stukken in behandeling, maar oordeelde dat deze onvoldoende aanknopingspunten boden om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat appellant verwijt treft voor het niet tijdig indienen van het bezwaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.