ECLI:NL:CRVB:2009:BH7135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens ongeschiktheid arbeid niet aangetoond; overschrijding redelijke termijn
Appellant, voormalig heftruckchauffeur, vroeg ziekengeld aan op grond van vermeende arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde dit op basis van medische rapportages die stelden dat appellant per 8 oktober 2004 en 6 juli 2005 niet meer ongeschikt was voor zijn arbeid. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, waarbij zij de medische onderzoeken zorgvuldig achtte en de klachten onvoldoende objectiveerbaar vond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn vermoeidheids-, reflux-, psychische en hartklachten onvoldoende werden erkend en dat de belastingen van de geduide functies te zwaar waren. De Raad overwoog dat de medische gegevens geen steun boden voor deze klachten en dat de bezwaarverzekeringsartsen terecht hadden geconcludeerd dat appellant geschikt was voor zijn arbeid. De Raad bevestigde daarom de bestreden besluiten.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de totale duur van de procedure, van oktober 2004 tot maart 2009, de redelijke termijn overschreed. De Raad besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over een mogelijke schadevergoeding wegens deze overschrijding en merkte de Staat der Nederlanden aan als partij in die procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld bevestigd; procedurele overschrijding leidt tot heropening onderzoek voor schadevergoeding.