ECLI:NL:CRVB:2009:BH7090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAZ-uitkering, die door het Uwv werd geweigerd omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht per 12 juni 2005. De rechtbank vernietigde het besluit omdat het Uwv ten onrechte het aantal uren van de maatman had gemaximeerd op 38 uur per week, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat ook zonder maximering de arbeidsongeschiktheid onder 25% bleef.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met zijn klachten en dat de geselecteerde functies te zwaar waren. Hij overhandigde een medisch rapport van een orthopedisch chirurg ter ondersteuning. De Raad stelde vast dat de chirurg zich grotendeels kon verenigen met de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van het Uwv en dat de beperkingen van appellant op de beoordelingsdatum 12 juni 2005 niet zwaarder waren dan in de FML was aangegeven.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de geselecteerde functies passend zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 25% is vastgesteld. De Raad wees het verzoek tot schadevergoeding af en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedraagt.