ECLI:NL:CRVB:2009:BH6635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van beperkingen door hepatitis C en therapie
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, die was teruggebracht van 80-100% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat de antivirale therapie hem ten minste een jaar volledig arbeidsongeschikt maakte.
De Raad overwoog dat hoewel appellant beperkingen ondervond door hepatitis C en de therapie, uit de medische rapportages en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) blijkt dat hij nog in staat was om beperkt te werken, namelijk vier uur per dag en twintig uur per week. De door appellant overgelegde medische stukken boden onvoldoende onderbouwing voor volledige arbeidsongeschiktheid.
De bezwaararbeidsdeskundige had adequaat toegelicht waarom de voorgestelde functies passend waren, en de mate van arbeidsongeschiktheid was dan ook terecht vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.