ECLI:NL:CRVB:2009:BH5285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Betrokkene lijdt sinds 2000 aan sarcoïdose en kreeg een WAO-uitkering die op 4 augustus 2006 werd ingetrokken door het UWV. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende medische onderbouwing, met name omdat het primaire medische onderzoek niet door een verzekeringsarts was uitgevoerd.
In hoger beroep stelt het UWV dat het onderzoek volgens geldende richtlijnen is verricht en dat eventuele gebreken zijn hersteld. De Raad oordeelt echter dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid is getreden door ambtshalve te oordelen over het ontbreken van een verzekeringsarts zonder dat dit punt door betrokkene was aangevoerd.
De medische rapporten tonen een consistente opvatting dat betrokkene zeer beperkt belastbaar is. De Raad concludeert dat het besluit van 4 augustus 2006 onvoldoende medische onderbouwing bevat en vernietigt het besluit evenals het daaropvolgende besluit van 24 mei 2007. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing.