ECLI:NL:CRVB:2009:BH4374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding
Appellante vroeg bijstand aan als alleenstaande, maar het College wees dit af omdat zij een gezamenlijke huishouding zou voeren met de heer B. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. De Raad beoordeelde de situatie over de periode van 1 oktober tot 29 november 2005.
De Raad stelde vast dat appellante en de heer B. beiden hun hoofdverblijf hadden op hetzelfde adres. Verder bleek uit de feiten dat er sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling die verder ging dan het delen van woonlasten. Zo verzorgde de heer B. appellante na haar operatie en deelden zij gezamenlijke maaltijden. Ook betaalde appellante niet de overeengekomen huur, maar verrekende aankopen met de heer B.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van een zakelijke huurrelatie, maar van een ongebruikelijke verbondenheid die de grenzen van een zakelijke relatie overschrijdt. Daarom was appellante geen zelfstandig bijstandsgerechtigde. Het College handhaafde terecht de afwijzing en de Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat appellante en de heer B. een gezamenlijke huishouding voeren.