ECLI:NL:CRVB:2009:BH4366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in auto's en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en werden verdacht van handel in auto's, waarbij zij elf kentekens op hun naam hadden en auto's exporteerden zonder dit te melden. Het College herzag de bijstand en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond omdat het College niet had onderzocht of appellanten nog over een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet beschikten. De Centrale Raad oordeelt dat het College terecht heeft gehandeld en dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid trad door over de betalingsregeling te oordelen.
De Raad stelt vast dat appellanten de handel in auto's niet aannemelijk konden ontkennen en dat de terugvordering niet was verjaard. Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van het College wordt gegrond verklaard, en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.