ECLI:NL:CRVB:2009:BH4357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand tot december 2004, waarna het Dagelijks Bestuur een onderzoek startte naar de rechtmatigheid van de verstrekte bijstand over de periode 2002-2004. Op basis van een analyse van het uitgavenpatroon, bankafschriften en verklaringen van appellant concludeerde het bestuur dat er vermoedelijk andere inkomstenbronnen waren die niet waren gemeld. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij financiële steun kreeg van familieleden en gokwinsten, maar kon dit niet met voldoende bewijs onderbouwen. Ook had hij niet voldaan aan zijn verplichting om alle relevante financiële gegevens te melden. Het bestuur handelde volgens het geldende beleid en de wet bij het intrekken en terugvorderen van de bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Het hoger beroep van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen beroep had ingesteld bij de rechtbank. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard; het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.