ECLI:NL:CRVB:2009:BH4183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag op grond van inkomsten uit arbeid bij Wsw-arbeid
Appellant, werkzaam bij de WVS-groep op basis van een arbeidsovereenkomst in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), vroeg een langdurigheidstoeslag aan op grond van artikel 36 van Pro de WWB. Het College wees de aanvraag af omdat appellant inkomsten uit arbeid had genoten in de relevante periode.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank een onjuiste wettelijke grondslag had toegepast. De Raad vernietigde daarom de uitspraak en het besluit van het College.
De Raad oordeelde dat de verdiensten van appellant als inkomsten uit arbeid moeten worden aangemerkt, ook al betreft het Wsw-arbeid in een beschermde omgeving. Het College had een beleid dat een maximum van € 1.500 aan bijverdiensten per jaar hanteert, wat niet onredelijk werd bevonden.
Appellant stelde dat hij vanwege zijn psychiatrische ziekte geen reëel arbeidsmarktperspectief heeft, maar de Raad vond dit onvoldoende om van het beleid af te wijken. Ook werd het beroep op schending van artikel 26 IVBPR Pro verworpen.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de afwijzing van de langdurigheidstoeslag blijft in stand.