ECLI:NL:CRVB:2009:BH4045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid ondanks kalkdepositie
Appellant, voormalig buitendienstmedewerker, meldde zich sinds 1998 meerdere malen ziek vanwege nek- en schouderklachten. Het UWV weigerde vanaf 7 september 2004 een WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt voor gangbare arbeid. Na een periode van ziekte en het ontvangen van een Ziektewetuitkering, werd deze per 7 april 2006 stopgezet omdat appellant geschikt werd geacht voor eerder geduide functies.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische situatie was verslechterd en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. Ook voerde hij een beroep op het vertrouwensbeginsel vanwege het intrekken van de ZW-uitkering na bijna een jaar. De Raad oordeelde dat gangbare arbeid als maatstaf geldt en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet werden onderschat.
De Raad vond dat de kalkdepositie, hoewel mogelijk al langer aanwezig, niet leidde tot zodanige beperkingen dat appellant de functies niet kon vervullen. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat het verstrekken van ziekengeld geen garantie gaf voor voortzetting. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor gangbare arbeid.