ECLI:NL:CRVB:2009:BH3885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en geschil over functionele beperkingen en geschiktheid functies
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 15-25%, omdat zij volgens het UWV geschikt zou zijn voor andere functies zoals parkeercontroleur en telefonist.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat haar functionele beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat zij de voorgestelde functies niet kon vervullen. Zij ondersteunde dit met diverse medische rapporten en een MRI-onderzoek.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij milde afwijkingen waren vastgesteld maar geen ernstige pathologie. Het MRI-onderzoek bood geen aanleiding tot herziening van het oordeel. Het UWV had in hoger beroep bovendien voldoende toegelicht waarom de functies geschikt waren.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.