ECLI:NL:CRVB:2009:BH3865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor aangepast werk
Appellante was het niet eens met het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 8 november 2005 in te trekken, omdat zij volgens het UWV geschikt was voor bepaalde functies ondanks haar beperkingen. De rechtbank had het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de functies die appellante zou kunnen vervullen, en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het UWV nam op 26 juli 2007 een nieuw besluit met dezelfde medische grondslag, waarin werd vastgesteld dat appellante geschikt was voor functies als productiemedewerker, machinebediende en productiemedewerker textiel, met een verlies aan verdienvermogen van circa 9,7%. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische grondslag onjuist was en dat zij in de tweede helft van 2005 een terugval had in haar functioneren.
De Raad overwoog dat het nieuwe besluit voldoende was gemotiveerd en dat de functies passend waren gezien de beperkingen van appellante. De verzekeringsartsen hadden haar psychosociale problemen en functionele beperkingen beoordeeld, maar concludeerden dat zij toch arbeid kon verrichten. De Raad zag geen reden om meer beperkingen aan te nemen en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de intrekking van de uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt wordt geacht voor bepaalde functies ondanks haar beperkingen.