ECLI:NL:CRVB:2009:BH3852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks nek- en schouderklachten
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 7 november 2004, stellende dat haar nek- en schouderklachten, waaronder cervicobrachialgie vastgesteld door een orthopedisch chirurg, haar beperkingen opleveren. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende medische gronden had om te concluderen dat appellante geschikt was voor haar eigen werk als adviseur werk en inkomen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel bevestigd. De Raad stelde vast dat de medische rapportages, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts Admiraal, overtuigend aantonen dat de in 2006 gevonden afwijkingen de klachten op de datum in geding niet verklaren en dat neurologische onderzoeken geen afwijkingen toonden. De Raad zag geen reden voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad hechtte geen gewicht aan de subjectieve klachten van appellante die niet objectief werden ondersteund. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.