ECLI:NL:CRVB:2009:BH3773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAJONG-uitkering wegens onvoldoende medische objectivering vermoeidheidsklachten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WAJONG-uitkering, gebaseerd op arbeidsongeschiktheid sinds 1991 door chronische vermoeidheid. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betreft de mate waarin de medische beperkingen van appellant objectief zijn vastgesteld. Het UWV stelt dat appellant ondanks zijn beperkingen ten minste 75% van het wettelijk minimumloon kan verdienen. Appellant baseert zijn stelling op een expertise van een zenuwarts en informatie van zijn huisarts en het CFS Research Center.
De Raad oordeelt dat de medische grondslag van het besluit niet ontoereikend of onjuist is. De verzekeringsarts heeft rekening gehouden met de klachten, maar niet in de door appellant gewenste mate. Het rapport van de zenuwarts wordt minder zwaar gewogen omdat het te veel uitgaat van de subjectieve opvatting van appellant. Het attest van de huisarts verwijst feitelijk naar deze opvatting. Het UWV heeft voldoende toegelicht dat passende functies voor appellant beschikbaar zijn.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wijst het beroep af. Een kostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende objectieve medische beperkingen.